Schil de appels en snijd dunne plakken, leg ze in een kom water om kleuren te voorkomen.
Verhit in een pan de suiker met 2 dl water op een laag vuur tot de suiker is opgelost.
Breng het mengsel aan de kook en laat het zonder te roeren koken tot het goudbruin is.
Voeg van het vuur sinaasappelsap, cognac, kaneel en boter toe.
Giet de appels af en doe ze bij de siroop. Kook ze op een laag vuur zachtjes gaar.
Schep de appels met een schuimspaan over in een kom en bestrooi ze met amandelschaafsel.
Kook de siroop in tot twee derde van het volume.
Verwarm de oven voor op 200 °C. Bestrijk vormpjes met gesmolten boter.
Snijd 16 broodrondjes, besmeer ze met boter en leg in elke vorm een rondje met de boterkant beneden.
Snijd van het overgebleven brood reepjes en besmeer ze met boter.
Bekleed er de zijkanten mee met de boterkant tegen de zijkant.
Bewaaar enkele plakjes appel voor de garnering en schep de rest in de vormen.
Druk ze goed aan en dek af met de rest van de broodrondjes, boterkant naar boven.
Goed aandrukken en daarna in 15 minuten goudbruinbakken in de oven.
Stort de charlottes op bordjes en garneer ze met de overgebleven appel en besprenkel ze met siroop.